Stikstofberekening

De werkwijze van M-tech Nederland bij stikstofberekeningen is al vaak met succes toegepast.

Om projecten te realiseren is juridische kennis van het stikstofdossier, in combinatie met ecologische kennis onmisbaar. Binnen M-tech combineren we deze kennis in het team zodat de gekozen uitgangspunten voor Aeriusberekeningen altijd voldoen aan de laatste stand van zaken (wet en jurisprudentie) in het omvangrijke stikstofdossier.

Bij projecten kiezen we er vaak voor te starten met een worst case berekening. Wanneer hiermee in Aerius geen toename van stikstofdepositie wordt berekend, is voor het project geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Bij vergunningaanvragen op grond van de Wabo wordt dan wel een rapport met de aeriusberekening overlegd.

Stikstof

In gevallen dat we wel een toename van stikstofdepositie wordt berekend gaan we in overleg op zoek naar mogelijkheden in de vorm van:

1: Optimalisatie

2: Salderen

3: Ecologische beoordeling.

In het kader van optimalisatie wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld elektrisch materieel in te zetten of in de gebruiksfase de uitstoot te verminderen door bijvoorbeeld elektrificatie. Zo hebben we voor een waterleidingbedrijf met een aeriusberekening aangetoond dat het vergroten van een waterleiding in een Natura 2000 gebied zonder significatie effecten mogelijk is. Door gebruik te maken van elektrische graafmachines, die dagelijks worden aan- en afgevoerd kunnen de werkzaamheden zonder vergunning op grond van de Wnb worden uitgevoerd.

Lukt dit niet, dan is op projectniveau intern salderen vaak een goede mogelijkheid. Benut de stikstofdepositie van de aanwezige activiteiten (zoals wonen, bedrijf of agrarisch). Ook als hiervoor nooit een vergunning op grond van de Wnb is verleend. Hiervoor is van belang dat de legaal aanwezige activiteiten op de relevante referentiedatum inzichtelijke worden gemaakt. Op basis hiervan kan een referentieberekening worden gemaakt. Van belang hierbij is dat de juiste input wordt gebruikt. In divers uitspraken heeft de Raad van State bepaald wat wel en niet gebruikt mag worden als referentiesituatie. Dit is situatie afhankelijk, het is dus van belang de gebruikshistorie goed in kaart te brengen.

Op basis van de referentiesituatie kan een verschilberekening gemaakt worden gericht op de realisatie van het nieuwe project.  Bij de bouw van gasloze woningen is de kans groot dat met interne saldering negatieve gevolgen voor Natura 2000 gebieden kunnen worden voorkomen. Als het gaat om bedrijfsmatige activiteiten is dit sterk afhankelijk van de aard van de activiteiten. Het is hierbij van belang zowel de feitelijke als de vergunde situatie in het verleden goed in beeld te brengen. Dossiervorming in samenspraak met de opdrachtgever is hierbij essentieel. M-tech heeft voor diverse bedrijven die vanuit het verleden nooit een Wnb vergunning hebben gekregen de referentiesituatie bepaald zodat een wijzigings- of revisievergunning verkregen kon worden.

Naast intern salderen is het vaak mogelijk om de onderhoudscomponent uit te zonderen van de projectbijdrage. Dit komt voor bij de reconstructie van wegen, riolering of vervangen en verzwaren van kabels en leidingen.

Een laatste mogelijkheid is de ecologische voortoets. In deze toets wordt beoordeeld of op voorhand significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Instandhoudingsdoelstellingen zijn de doelen die in elk Natura 2000-gebied moeten worden bereikt. Het is dus mogelijk dat een project wel leidt tot extra stikstof op een bepaald gebied, maar dat de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar komen. In dat geval is er geen sprake van een stikstoftoename met significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied.

Omdat er jurisprudentie is die ervan uitgaat dat voor projecten waarbij sprake is van extra stikstofdepositie, ook als dit heel minimaal is, een passende beoordeling vereist is, is van belang de voortoets zeer zorgvuldig op te stellen. Omdat bij een voortoets, waarin wordt aangetoond dat er geen significante gevolgen zijn, geen vergunning in het kader van de Wnb wordt aangevraagd, is de kans groot dat het bevoegd (provincie) op voorhand de voortoets niet beoordeeld. Pas bij eventuele bezwaren zal in dat geval bepaald worden of terecht gebruik is gemaakt van een voortoets en of deze ook inhoudelijk juist is. Om risico’s te vermijden is een vrijwillige toets door het bevoegd gezag aan te raden.

Belangrijk aandachtpunt voor de voortoets is het uitgangspunt dat de ecologische beoordeling uitsluitend gebaseerd mag zijn op objectieve gegevens die beschikbaar zijn. Ook mogen er geen mitigerende maatregelen betrokken worden in de beoordeling.

 

Meer info via Miguel Blokland ([email protected])